Parijs, Nice, wraak

 

 

Het eerste verhaal dat ik in de eerste helft van 2017 schreef.Het lijkt me geweldig hier een uitgever voor te vinden ondanks dat ik nu al ver in het volgende verhaal zit.

Een jonge vrouw raakt betrokken bij een aanslag op Engelse militairen in het Frankrijk van de jaren negentig. In een wereld van terreur en geheime diensten komt ze steeds dichter bij haar doel: gerechtigheid voor wat haar aangedaan is. Zal ze zichzelf kwijtraken in haar zoektocht naar wraak of er uitkomen als een beter mens?

Hieronder een stukje uit het verhaal waarin de hoofdpersoon eindelijk wat tijd voor zichzelf heeft tijdens de rit naar huis.

~

De lange rit voelde als meditatie. Ook al had ze goede vrienden gemaakt, ze had even tijd alleen nodig. De lange rit naar het appartement op Avenue Montague bij Perpignan was na het drama in Parijs een verademing. De schietpartij was Eva niet in de koude kleren gaan zitten en het feit dat ze iemands leven genomen had deed haar veel meer dan dat ze verwacht had. Natuurlijk had Mary gelijk gehad, het was een crimineel die op het punt stond haar neer te schieten en waarschijnlijk met een stuk minder scrupules dan waar Eva last van had. Toch kon ze niet van zich afschudden dat ze iemands hele toekomst afgepakt had met het overhalen van de trekker. Soms huilde ze of gaf ze een paar flinke klappen op het stuur, even later schreeuwde ze het weer uit. Na een tijdje kwam de rust. Het leek op een gegeven moment alsof haar tranen op waren, ze kwamen gewoon niet meer. Het geluid van de CX was hypnotiserend en hoe verder ze naar het zuiden reed hoe beter het weer werd. Ergens op de helft stopte ze om te tanken en haalde ze een kop koffie en wat te eten. Ook werd ze zich bewust van een nieuwe universele waarheid: Benzinestations verkopen vreselijke koffie. Die automatentroep was werkelijk niet te drinken. Toch dronk ze haar kartonnen bekertje leeg toen ze met in één hand het bruine goedje en de andere een sandwich brie op een afgelegen bankje in de zon zat. Als iemand in haar omgeving ooit met flinke stress of emotionele problemen zat zou ze een flinke autorit aanraden. Het was wonderbaarlijk hoe leeg je hoofd raakte van kilometer na kilometer van voorbijflitsende strepen. De auto die ze van Mary geleend had was een zilvergrijze Citroën CX. De papieren stonden op naam van een bedrijf, Johnson en Johnson Accountancy te Parijs. Eva herinnerde zich dat het telefoonnummer dat Mary haar had laten bellen in het hotel ook met die naam opgenomen werd. Een Mi6 bedrijfsauto dus. Toen een Audi naast de CX parkeerde en er twee onbetrouwbaar ogende types uitstapten ging haar hand automatisch naar haar tas. Bijna direct voelde ze dat het zware metalen voorwerp waar ze naar zocht er niet was. Ze had het wapen achtergelaten bij Mary. Ongelofelijk hoe snel je aan een vuurwapen went, ze voelde zich zelfs een beetje naakt terwijl ze het onding gisteren nog afgezworen had. Eén van de twee mannen deed de achterklep van de Audi open en pakte er een bal uit. Lachend en luid pratend liepen ze het grasveldje op om een beetje te voetballen. Eva’s hartslag daalde weer een beetje en ze keek om zich heen. Ontwenningsverschijnselen van een actievolle periode? Het werd tijd om weer de weg op te gaan. Ze gooide het bekertje in een grote papierbak in de vorm van een kikker en stapte in de auto.
 
Eenmaal in de buurt van Perpignan voelde het een beetje als thuiskomen. Alsof de gebeurtenissen van de maanden ervoor langzaam in een moeras van vergetelheid wegzakten. Er ging een bepaalde rust van de stad uit waardoor ook Eva zich beter voelde. Ze was de afgelopen maanden als een in achtbaan van de ene naar de andere situatie geschoten, altijd met het volgende doel duidelijk voor ogen. Nu was dat verleden tijd, het volgende doel was avondeten aan haar eigen keukentafel. Geen bommen, geen wapens. Perpignan oost, de stad weer uit en dan bordjes Saint Jerome aanhouden. De weg die vanuit het westen het dorp in kwam ging vanzelf over in de Avenue Montague. Ze herinnerde zich nog de vorige keer dat ze hier doorheen reed, met de taxi na haar vrijlating. Diezelfde sfeer hing er nu ook. Er waren wat meer toeristen dan gewoonlijk om de oude Romeinse kapel te bekijken, de enige bezienswaardigheid van Saint Jerome. Tegenover het appartement was een kleine parkeerplaats en daar zette ze de CX neer. Ze trok haar tas van de achterbank en liep naar het huis. Nummer 42 D, de bekende roze gevel met de oude eiken deur. Ze hoopte dat ze niemand tegen zou komen; behoefte om eens lekker bij te kletsen had ze niet. De voordeur kraakte op de voor haar zo bekende manier en de geur van het huis was beter dan het beste welkom. Ze gooide de tas neer en liet zich op de grote bank vallen. Met de afstandsbediening zette ze de televisie aan en zapte door de kanalen alsof ze nooit weg was geweest. Een schandaal op een school in Lyon, een aanslag door de E.T.A. in Spanje, verkiezingen in Ierland, een brand in Toulouse, verbazingwekkend hoe snel ze weer gewend was aan het normale leven.
 
Ze opende haar ogen en zat rechtop op de bank. Was ze in slaap gevallen? Ze zocht de klok maar die stond stil. Er werd op de deur geklopt en haar hartslag ging van bijna stil naar full-speed binnen drie seconden. Ze zag haar tas maar hoefde er deze keer niet eens aan te voelen. Ze liep op haar tenen naar de deur en keek door het spionnetje. Een bekende stem klonk door het hout.
‘Eva?’
Het was mevrouw Moreau, de vrouw van de huismeester. Haar ontging werkelijk niets.
Eva opende de deur en mevrouw Moreau stapte gelijk naar voren om haar te begroeten.
‘Eva, waar ben je al die tijd geweest? We maakten ons zo ongerust. Eerst al dat gedoe met die bom en toen waren jullie opeens verdwenen. Waar is Peter?’
De oude dame zag er oprecht bezorgd uit en Eva nodigde haar uit voor een kop koffie. Ze vertelde heel oppervlakkig haar verhaal maar liet het latere gedeelte helemaal weg.
‘Natuurlijk heb ik nooit aan jullie getwijfeld. Ik zei laatst nog tegen Sophie van de supermarkt dat jij zich nooit zou inlaten met terroristen. En Peter ook zeker niet, dat is zo’n lieve jongen.’
Eva had de machine aan de praat gekregen en de lucht van koffie verspreidde zich snel door het appartement. Ze deed de koelkast open en zag dat er bijna niets meer in stond. Ze had alle bederfelijke spullen weggegooid toen ze naar Monaco vertrok.
‘Ik kan u niet helpen aan melk, alles is opgeruimd.’ riep Eva uit de keuken.
‘Geeft niets, ik lust wel een bakkie zwart’ zei de oude vrouw. Eva zette het kopje voor de oude dame neer.
‘Dank je schat. Dus Peter is in Nederland? Ik hoop dat het goed met hem komt, ik hoop dat hij iets laat weten. Zelfs zijn vriend wist van niets.’
Eva draaide zich om van het aanrecht.
‘Peters vriend?’
‘Ja, die aardige Marokkaanse jongen. Hoe heette hij ook alweer, Rachid dacht ik.’
Eva keek mevrouw Moreau aan terwijl ze nadacht. Ze kon zich geen Marokkaanse jongen herinneren.
‘Hoe zag hij eruit?’ vroeg ze terloops, op een manier alsof ze niet geïnteresseerd was.
‘Ach meisje, mijn geheugen is niet meer wat het geweest is. Hij had kort donker haar en heldere ogen. Oh, en een baardje.’
Ze zette haar kopje op tafel en stond op.
‘Ik moet gaan, mijn man komt zo thuis en als ik er niet ben dan gaat hij zich maar zorgen maken. Mocht je die soldaat nog spreken doe hem dan de groeten van me.’
Eva keek op: ‘Soldaat?’
‘Die Marokkaanse jongen natuurlijk, toen ik hem zag lopen wist ik gelijk dat hij in het leger zat. Ik ben ruim éénenveertig jaar getrouwd met een beroepsmilitair, ik zag het al na twee stappen.’
 
Nadat Eva de deur gesloten had achter mevrouw Moreau ging ze weer zitten. Het moest de militair uit de kazerne geweest zijn waar de vrouw het over had gehad. Peter had voor zover zij wist weinig vrienden. Paul de fietser en Finn waren bekend bij mevrouw Moreau en geen van beiden hadden ze een Marokkaans uiterlijk. Het kon bijna niemand anders zijn. Ze had de man natuurlijk in Nice gezien, in Parijs rende hij naar het station waar ze Mary eindelijk weer gevonden had en nu hier. Het was wel duidelijk dat de overheid haar nog niet los wilde laten, maar welke overheid, ze had geen idee. De Engelse militaire politie uit de kazerne hadden haar en Peter vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs. De Franse overheid zou haar allang opgepakt hebben als ze dat zouden willen. Ze nam zich voor hem gewoon aan te spreken de eerstvolgende keer dat ze hem zag, wat had ze te vrezen?
Ze besloot hier niet te veel tijd te verliezen en gooide haar sporttas leeg in de wasmachine. De post werd zorgvuldig gecontroleerd maar er zat weinig boeiends tussen. Bij de supermarkt deed ze wat boodschappen, maar alleen het hoogstnoodzakelijke. Bij de afdeling met kleding kocht ze wel een paar shirts en een broek. Vroeger kon ze eindeloos veel plezier hebben van het kopen van kleding, nu griste ze de kledingstukken van het rek en gooide ze in het karretje. Terug in het huis liet ze zich op het grote bed vallen. De dag liep ten einde en ondanks dat het nog wat vroeg was om naar bed te gaan sloot ze haar ogen voor een lange droomloze slaap.

~